Lees de tekst en maak de vraag
   
0
0
 

   
Naar school

Het is acht uur.
Frits loopt naar school.
Hij vindt het leuk.
Hij heeft een toets voor taal.
Frits gaat goed zijn best doen.
Hij doet het vast goed.
 
Hoe laat is het?
acht uur
tien uur
zes uur
Wil je je scores bijhouden maak dan een leerling account aan.